.
       Een eeuw van wel en wee
Vlierbeek leeft

De abdij vormde negen eeuwen lang het kader voor het dagelijks leven van de benedictijnenmonniken

van Vlierbeek. Zij maakten de omliggende gronden vruchtbaar en speelden een grote rol in de

overdracht van kennis en religie in de streek.

De abdijgebouwen verhalen een stuk architectuurgeschiedenis en roepen de herinnering op aan het

leven van vele generaties monniken, met momenten van bloei en verval, van geluk en tegenspoed.

Beknopte geschiedenis van de abdij

Klik op de blauwe link voor een meer uitgebreide versie van de geschiedenis,daar kan je met   door de chronologische geschiedenis scrollen en met       terug naar deze pagina.        Van priorij tot zelfstandige abdij

1125 Godfried met de Baard, graaf van Leuven en eerste hertog van Brabant, schenkt aan de

benedictijnenabdij van Affligem een stuk grond aan een riviertje, de Vlierbeek

1127 In enkele voorlopige gebouwen wordt een priorij opgericht

1163 Paus Victor IV verheft de priorij van Vlierbeek tot zelfstandige abdij

1170 Een stenen kerk in romaanse stijl is voltooid

1230 Bouw pandgang Vlierbeek als gasthof en toevluchtsoord 

1335 Economisch beleid van de abdij. Inkomsten uit onroerend goed maar ook en lasten en karweien

1424-1456 Interne conflicten onder abt Robrecht van Berthem

1426 Jan Amoers een Vlierbeekse dichter en de Leuvense Ommegang 1415-1642 De refuge van Vlierbeek in Leuven 1484-1519 Abt VanLangenrode en de hervormingsbeweging van Bursfeld 1466 Abt Leonardus Vrancx bestelt schilderij bij Quinten Metsys 1532 Abt Jan Van Panhuys krijgt pontificale eretekens: mijter, staf en ring 1544-1567 Visitatie op verzoek van Margaretha van Panama over het beleid van abt Marotel 1158-1571  Abt Joahannesn Hautaert herstelt de tucht

1572 Troepen van Willem van Oranje verwoesten de abdij. De religieuzen vluchten naar refuge te Leuven

      Jaren van heropbouw

1642 Abt Sribs keert met de monniken terug naar Vlierbeek en begin bouwen van een nieuwe abdij

1653 Abt Garesta zet met veel ambitie de heropbouw verder 1728 De “Tragedie van Vlierbeek” veroordeling en verbanning van abt Petrus Paradaens 1728-1752 Abt Leonardus Lenaerts tracht de rust te herstellen. Hij laat het Le Picard - orgel bouwen 1752-1772 Abt Leonardus Thijs, herbouwt refuge in Brussel. Onderhandelt over ammortisatieschulden 1772-1792 Abt Ildephonsus Vanden Bruel, deelt in de welvaart van de Oostentijkse Nederlanden       De interventie van L.B. Dewez 1772-1796  bouw van nieuwe kerk en begin bouw nieuw klooster       De laatste jaren van de abdij

1796 De Franse overheid schaft de abdij af en verkoopt alle bezittingen, De Becker komt in bezit van de abdij

1801 De abt en enkele monniken keren terug, maar tot een echte bloei van de abdij komt het niet meer

1830 De kerk wordt parochiekerk van de gemeente Kessel-Lo. De Becker schenkt de kerk aan de kerkfabriek

1837 De Becker schenkt ook de overige abdijgebouwen. Verschillende gebouwen worden gesloopt,

andere worden verhuurd aan particulieren.

Einde van de geschiedenis van de benedictijnen maar de nieuwe gemeenschap neemt de zorg voor het

geestelijk leven en voor het Vlierbeeks erfgoed op zich: VLIERBEEK LEEFT

ABDIJ VAN VLIERBEEK
© Heemkundige Kring Vlierbeek        
        In    1125    toen    Leuven    zich    volop    tot    een    stad ontwikkelde   schonk   Godfried   met   de   Baard,   graaf   van Leuven   en   eerste   hertog   van   Brabant,   een   stuk   grond aan   de   bloeiende   benedictijnenabdij   van Affligem,   om   in Vlierbeek    een    kerk    en    klooster-gemeenschap    op    te richten   en   te   bidden   voor   het   zieleheil   van   hemzelf   en zijn verwanten. In   de   schenkingsoorkonde   wordt   dit   domein   Fliderbeca genoemd omwille van een rivier die het doorsneed.       Godfried   verleende   hierbij   alle   mogelijke   vrijstellingen en    stond    ook    het    vrije    gebruik    toe    van    de    bossen, weiden   en   waters   in   de   omgeving,   opdat   de   nieuwe stichting   in   de   beste   materiële   voorwaarden   kon   worden g e realiseerd.
        Het    domein    Vlierbeek,    dat    de    hertog    in    1125    had geschonken,   omvatte   meer   dan   het   gebied   dat   weldra door    de    kloostermuren    zou    worden    omsloten.    Het vormde    een    grote    driehoek    waarvan    de    vorm    nog steeds     in     het     landschap     herkenbaar     blijft.     Er     bij aansluitend,   ontwikkelde   zich   spoedig   enige   bewoning. In   1158   was   er   al   sprake   van   het   gehucht   Schoor.   Dit strekte   zich   uit   langs   de   flanken   van   de   Schorbergh (huidige    Schoolbergen).    Een    document    uit    de    l4de eeuw   vernoemt   de   plaats   Huffel   (de   omgeving   van   het Gemeenteplein,    ook    Heffel    genoemd).    De    Pleen    of Plyne   (De   Plein)   wordt   voor   het   eerst   vermeld   in   1597. Tussen    het    beschreven    driehoekige    domein    en    de Kesselberg,   die   reeds   als   dusdanig   genoemd   wordt   in een   document   van   1251,   ontstond   het   gehucht   Kessel, nu     nog     bekend     als     Beneden-Kessel.     Wat     deze bewoning    concreet    betekende    leert    een    telling    van 1598:   Huffel   omvatte   12   huizen   en   4   hoeven;   op   de Plein   bevonden   zich   7   woonsten   en   1   pachthof;   Schoor telde    ongeveer    10    woningen    waaronder    3    hoeven. Kessel     was     het     dichts     bewoond     met     25     huizen, waaronder 11 pachthoven en een herberg.

Abdij van Vlierbeek